Reisreportage Frankrijk: La Margeride

Snuffelen aan Margeride en Mont-Lozère op de site Renske Cramer Creatief De Margeride: veel ruimte, heerlijke rust en ongerepte natuur… Snel meer foto’s bekijken? Scroll naar beneden! Onder het artikel vindt u een fotopresentatie.

De Margeride is zo’n streek die bij toeristen nog niet zo bekend is. Ten onrechte. Om te beginnen is het een heerlijk gebied voor wie van ruimte, rust en natuur houdt. Maar ook mensen met andere interesses (van sport tot cultuur) komen er aan hun trekken.

De Margeride ligt in het zuidoosten van de Auvergne, tussen de departementen Cantal, Haute-Loire en Lozère. Dus grofweg oostelijk van de lijn Saint-Flour/Marvejols. Het gebied is heel dun bevolkt: er wonen maar 14 mensen per km2 (stand 2016).  Flora en fauna zijn dan ook nog tamelijk ongerept. (In de fotopresentatie onder dit artikel is dat ook wel te zien.)

Margeride grenst aan mooie regio’s

Het gebied grenst dus aan diverse andere mooie regio’s:

Begrenzingen verkennen

Aan de randen van de Margeride zie je al die landschappen in meerdere of mindere mate terug. Daarom vonden wij het leuker om die begrenzingen te verkennen dan het midden van de streek uit te kammen. Dat midden bestaat uit een stenige hoogvlakte met weiden, bossen en heide.

Hoogvlakte doet denken aan Aubrac

Verder zijn er wat meren zoals het Lac de Charpal en het Lac de Naussac. Het belangrijkste middel van bestaan is de veeteelt, net als in de aanpalende Aubrac. Ook landschappelijk en klimatologisch doet het gebied trouwens denken aan de Aubrac.

Margeride heeft rauw klimaat

Beide streken hebben een nogal rauw klimaat. Het kan er ’s zomers behoorlijk koud zijn en ’s winters ligt er vaak sneeuw. In de Margeride kun je dan volop langlaufen. Er valt doorgaans wat minder neerslag dan in de Aubrac, maar daar hebben wij helaas niet veel van gemerkt.

Winterjacks en handschoenen nodig

Toen wij er waren (eind juni!), regende het dagenlang vrijwel zonder ophouden. En dat bij een stevige wind en een temperatuur die schommelde tussen 1 en 7 graden. Gelukkig hadden we – wijs geworden door eerdere ervaringen op het Massif Central – winterjacks, warme sjaals en zelfs handschoenen bij ons. Wat waren we er blij mee…

Margeride ligt hoog

Die lage temperaturen hebben mede te maken met de hoogte van de streek. Op het plateau met zijn lage heuvels heb je het niet zo in de gaten, maar je bevindt je steevast op een hoogte van 1.000 tot ruim 1.500 meter. Het hoogste punt meet 1.552 meter: Le Truc de Fortunio (1.552 m) nabij Rieutort-de-Randon.

Foto van basaltformaties in de Margeride, Frankrijk

De Orgues Basaltiques. De zeskantige ‘orgelpijpen’ zijn flink geërodeerd, maar de vorm zit er nog wel een beteje in.

De Allier kan zijn gang gaan

Landschappelijk gezien vonden we het zuid(oost)en en het oosten het aardigst. We besteedden veel tijd aan de Allier. Deze rivier in het oosten van de Margeride zou de laatste natuurlijke rivier van West-Europa zijn. De mens doet niet of nauwelijks moeite om hem in te tomen.

Door de Gorges de l’Allier

We begonnen onze verkenning in de mooie Gorges de l’Allier tussen Langeac en Saint-Didier d’Allier. We lunchten in Prades aan de rivier (er is daar een grote picknickplek). We genoten er van het uitzicht op de orgues basaltiques, enorme basaltformaties.

Formaties van zeskantige basaltzuilen

Deze stollingsgesteenten ontstaan als lava afkoelt. Het materiaal splijt in massieve, zeskantige basaltzuilen. Die staan soms als orgelpijpen (orgues) tegen elkaar aan, zoals in Prades. Zulke uitgekristalliseerde basaltformaties tref je op meer plaatsen in de Auvergne aan.

Prachtig gelegen kapel

Een hoogtepunt vonden we de Notre Dame D’Estours in de Vallée de la Seuge. Deze kapel annex bedevaartsoord ligt heel schilderachtig op een smalle rotspunt en heeft een interessante geschiedenis. Het complex dateert van de 12de eeuw. De Seuge mondt bij Prades uit in de Allier en je moet even een zijweg nemen om bij de Notre Dame te komen. Maar dat is echt de moeite waard.

Weg met fraaie panorama’s

De volgende dag namen we de D40 van Saint-Didier tot Saint-Haon.

Die slingert hoog boven de Allier door een meestentijds woest ogend landschap van beboste bergen en diepe dalen, afgewisseld door wat stukjes agrarisch gebied. Aanrader! Tip: rijd deze route ’s morgens, dan hebt u bij het fotograferen de zon vaak in de rug.

Kerkje op griezelige rots

De derde dag bezochten we het noordelijke deel van de Gorges de l’Allier, het stuk tussen Langeac en Vieille Brioude. Landschappelijk vonden we dat minder boeiend. Maar je vindt er wel interessante, hoogbejaarde kerkjes en authentieke dorpen, zoals Saint-Cirgues, Chilhac, Lavoûte-Chilhac en Vieille Brioude. In Saint-Ilpize staat een fotogeniek kerkje op een hoge, griezelig smalle rots.

Foto van de Mont Lozère in de Margeride (Frankrijk)

De ‘Mont Chauve’ doet zijn naam eer aan.

Ommetje naar de Mont-Lozère

Verder maakten we nog een uitstapje naar het uiterste zuiden van de Margeride. We vonden het een nogal desolaat gebied. We konden het niet laten om nog een extra ommetje te maken naar de Mont-Lozère en omgeving. Daarmee betraden we het departement Lozère en daarmee de Cévennes. (Zie mijn aparte pagina over de Cévennes.)

Kale Berg doet naam eer aan

De Mont-Lozère wordt ook wel Mont Chauve genoemd, ofwel de Kale Berg. Hij doet zijn naam eer aan: veel serieuze begroeiing is er niet. Daarvoor is het klimaat ter plaatse te ruw, vertelde een Fransman die het gebied goed kent. Met 1.699 meter vormt de Mont het hoogste punt van het Parc National des Cévennes.

Mooi, maar ijzig koud

Landschappelijk gezien was het bezoek de moeite waard. We hadden er graag een wandelingetje gemaakt om foto’s te maken. Maar helaas was het er heel winderig en rond het vriespunt, zodat onze animo om te fotograferen niet bijster groot was… We willen er nog eens naartoe, maar dan met beter weer.

Leuke route over de Col de Finiels

DatzelOok mooi was de route over de Col de Finiels (1.541 m) van Le Bleymard via de D20 naar Le Pont de Montvert, Génolhac, Villefort en Joyeuse. Je komt onder andere langs de Tarn, die daar nog een smal bergbeekje is.

Meer weten over de Margeride?


Hoe we de Margeride ontdekten

Hoe we in de Margeride terecht kwamen? Het begon allemaal met een film die ik in de jaren ’90 zag: Au petit Marguery van Laurent Bénégui.

Hij gaat over een chef-kok die na 30 jaar zijn geliefde restaurant Au Petit Marguery in Parijs moet sluiten. Want door een gezwel in zijn neus kan hij niet goed meer ruiken en dus ook niet goed meer koken. De film werd omschreven als een dramatische komedie, maar ik vond hem toch vooral een drama.

Van Marguery tot Margeride

Om de een of andere reden heeft mijn brein ‘Marguery’ opgeslagen als ‘Margeride’. En op een gegeven moment vroeg ik me af of dat misschien een streek in Frankrijk zou zijn. Een streek die we nog niet kenden. Spannend! Ik ging op zoek en vond inderdaad informatie over de Margeride.

Pas na decennia naar de Margeride

Wat ik las, was veelbelovend en we namen ons  voor om de regio ooit nog eens te bezoeken. Pas tientallen jaren later is het ervan gekomen en we hebben er geen spijt van gekregen.

Restaurant bestaat echt

Overigens is er in Parijs echt een restaurant dat Au Petit Marguery heet. Het heeft 2 vestigingen. Of de film in een van die restaurants is opgenomen, weet ik niet.

 


Foto’s van de Margeride

Hier ziet u wat foto’s die ik in de Margeride heb gemaakt.