zelf beeld

breed en geluidloos zijn de wanen
die wijken voor het zwepen van de tijd
monochrome uren klagen verlangen
naar nog onbewerkte fantasie
en in alle cataracten van mijn leven
kermt verslagen het weerloze zijn

bodemschatten schuilen in stilte soms
sluipt gehavend nog een beeld voorbij
en ontbindt tot organisch cryptogram

zelf beeld worstel ik wanhopig
de jaren omhoog tot lauwerkrans
van het meetbaar ongerijmde

in elke dodenstad die ik doorbloed
koester ik verduisterende metaforen
tot de geometrie achter gedachten verwelkt
ontkracht door vervreemdende jaren
van wasdom drijf ik mijn laatste dagen
als lastdieren verkrampt voor me uit