mijn binnenruimte is doorbroken
cardanisch voelen breekt glazen
levens tot stukjes doorleefd interieur
wartaal wemel ik en onmacht
octopust naar nieuwe verten
zonder zonnevlammen verdriet
dan gist antimaterie
in scherfschaduwen van geweten
tot een liefdeloos combinatiemoment
maar trefwoorden kraken breken
op de traagste plaatsen tot tranen
op het matgemarteld glas